LANDGRAAF – Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben vanochtend in een unieke samenwerking met de krimpprovincies Groningen, Limburg en Zeeland een alternatief plan gepresenteerd voor de verhuurderheffing in hun gebieden. In deze vier steden en drie topkrimpregio’s is de onrendabele investeringsopgave voor de corporaties aantoonbaar het grootst.
De G4 en de drie Krimpprovincies constateren dat de benodigde investeringen van corporaties om de grote onrendabele maatschappelijke opgave in deze zeven gebieden voort te zetten, in de knel zullen komen door de verhuurderheffing. Een gerichte investeringsprikkel binnen de verhuurderheffing is daarom noodzakelijk .
De vier grote steden in de randstad en de topkrimpregio’s kennen elk een omvangrijke en op sommige punten unieke maatschappelijke opgave. In de G4 ligt dit met name in de verbetering van kwetsbare stadswijken. Dit zijn wijken of gebieden met de slechtste score op het gebied van leefbaarheid zoals Nieuw West, Kanaleneiland en Schilderswijk. De aard en omvang van de problematiek in Rotterdam-Zuid was zelfs te groot om door Rotterdam alleen te worden gedragen. Dit was aanleiding tot het afsluiten van een nationaal programma tussen Rotterdam, het rijk en vele organisaties. De drie krimpregio’s hebben door de al enige jaren gaande daling van het aantal huishoudens te maken met een sloop- en vernieuwingsopgave van de woningvoorraad. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de steden of gebieden Delfzijl, Parkstad Limburg en Terneuzen.
De woningbouwcorporaties zijn in al deze gebieden een belangrijke speler en partner voor gemeentes en provincies. Zij zorgen voor verbetering van deleefbaarheid in de kwetsbare stadswijken door te investeren in sociale woningbouw maar ook in huizen voor de middenklasse.En corporaties spelen ook een grote rol bij de sloopopgave en woningaanpassing in steden en dorpen waar de bevolking afneemt. Tegenover deze grote urgente vernieuwingsopgave staan maar beperkte opbrengsten vanwege de slechte woningmarktpositie of nauwelijks inkomsten omdat er minder wordt teruggebouwd. Kortom, een opgave die marktpartijen zelden op zich nemen.
Om er voor te zorgen dat corporaties deze rol kunnen blijven spelen, stellen de G4 en de krimpprovincies voor dat de sociale verhuurders een bedrag mogen aftrekken voor geleverde maatschappelijke prestaties. Dit zijn investeringen in ingrijpende woningverbetering, sloop, nieuwbouw en energiebesparende maatregelen. De aftrekbedragen per woning variëren tussen € 10.000,- en € 25.000,-. In totaliteit gaat het om aftrek van jaarlijks circa € 200 miljoen.
Dit staat in een brief die de G4 en de krimpprovincies onlangs aan minister Blok (Wonen) hebben gestuurd.
Gerelateerde berichten:
- Grote landelijke enquête “Wat willen we met het wild?”
- Continium tijdelijk in vier steden als opmaat voor Creative City
- Nederlandse steden niet op hitte gebouwd
- Eigenaren Overste Hof willen nieuwe horecabestemming
- ‘Nieuwe’ zzp’ers willen uitdaging en zelf hun werktijden bepalen
- Oud-mijnwerkers willen Rijksmijnmuseum in Heerlen
- Werknemers Jalema willen beter sociaal plan
- Zuidelijke provincies willen nieuw Europees industriebeleid
