IKL herstelt oude luister Willibrorduskapel landgoed Geijsteren

VENRAY – Op landgoed Geijsteren in Venray planten medewerkers van IKL-Limburg de komende dagen drie bomenlanen langs eeuwenoude zandwegen. Het gaat om twee lanen met 120 lindebomen en een dubbele laan met 60 beuken. Twee zandwegen voeren door het bos naar de eeuwenoude bedevaartsplaats bij de St. Willibrorduskapel, precies op de grens tussen Brabant en Limburg.

Pelgrims trekken al vanaf de 15de over deze paden naar de devotieplaats, maar men neemt aan dat deze gewijde plek al veel ouder is. Al in de tijd van St. Willibrord moet het een gewijde plek zijn aan een ven, want er zijn verbrandingsresten van offerdieren als herten en everzwijnen uit rond 700 gevonden.

In opdracht van Baron Weichs de Wenne plant IKL langs de twee zandwegen maar liefst 120 lindebomen aan. De kapel op het 700 ha grote landgoed fungeert al eeuwenlang als een grensbaken en pelgrimsplaats. Het markeerde onder meer de grens tussen de landen van Kessel en Cuijk. Op het kruispunt van zes zandwegen kwamen ook de vroegere gemeentegrenzen Wanssum, Venray en Maashees samen.

Naar verluidt zou de kruising onder het altaar van de kapel liggen. De devotieplaats ligt in een heuvelachtig voormalig stuifzandgebied dat deels beplant is met naaldhout. Vanwege het stuifzand en de heide werd de kapel vroeger ook St Wilbert in ’t Sand genoemd. Volgens de mondelinge overlevering zou de heilige Willibrordus hier bij een eeuwenoude waterput (de heilige bron) bekeerde heidenen gedoopt hebben. In 1948 is de put en omgeving onderzocht en toen bleek dat de put gebouwd te zijn in rond een 12 meter grote veenpoel. Uit stuifmeelonderzoek bleek dat de poel dateert uit de 4de of 5de eeuw. Nadien heeft men een gracht gegraven rond de poel, die beiden onderstoven zijn geweest. Naast de kapel ligt ook een grenspaal uit 1551 die vroeger de grenzen tussen Kessel en Cuijk markeerde, tegenwoordig tussen Brabant en Limburg.

Het plaatsen van lindebomen bij en naar devotieplekken als kapellen en kruisen is overigens al heel oud. De Kelten en Germanen deden het al ter bescherming van de plek. Maar de kruisingen droegen ook een hele belangrijke symbolische lading mee voor bewoners, reizigers en gelovigen omdat hier verleden, heden en toekomst elkaar kruisen. Alhoewel de betekenis van deze devotieplaats minder groot is, dan in het verleden is het nog altijd een punt op het landgoed waar mensen troost zoeken en tot rust en zichzelf kunnen komen. In de zomermaanden worden de wekelijkse avonddiensten nog altijd goed bezocht.

Vast staat dat vanaf de 15de eeuw hier Willibrordus vereerde. Plaatselijk heeft men het over St Wilbert of Wilbers. Tot in het midden van de vorige eeuw bezochten pelgrims uit de hele omgeving de kapel. Aan de kapel zouden ook diverse pre-christelijke gebruiken in gebruik zijn geweest. Op de donderdag (de dag van Wodan, de god van het huwelijk), trouwden hier de aanzienlijken uit de omgeving. Verder is het verhaal bekend dat een inwoner van Swolgen in 1713 veroordeeld werd om op drie achtereenvolgende donderdagen met een wit laken (doodskleed en kleed van Vrouw Holle) over zijn hoofd naar de Wilbertskapel te gaan.

Het bos op het landgoed, in de directe omgeving van de kapel worden volgens hele respectabele tradities al eeuwenlang in stand gehouden. Bekend is dat er sinds de 18de eeuw voortdurend schenkingen van nieuwe bomen worden gedaan. Die traditie wordt nu verder voortgezet met de aanplant van de 120 lindebomen op twee wegen naar de kapel. Daarnaast wordt nog dubbele beukenlaan geplant op een zuidelijker gelegen zandweg.

De meest complete toeristische en recreatieve website van Limburg en de euregio!